Fout
  • Fout bij het laden van feeddata

Winsum


 

Algemeen
Het dorp Winsum bestond van oorsprong uit drie kernen: Obergum ten noorden van het Winsumerdiep, Winsum ten zuiden van dat diep en Bellingeweer, dat op het kerkhof na geheel verdwenen is. Deze dorpen lagen elk op een wierde. De kerk van Winsum is om onbekende reden niet op de wierde gebouwd. Aangezien de Hunze oorspronkelijk vrij dicht langs Winsum stroomde, werd het dorp al vroeg een belangrijke handelsnederzetting, die in 1057 markt-, munt en tolrecht kreeg. Daarna stagneerde de verdere ontwikkeling, waardoor Winsum niet tot een stad is uitgegroeid. In 1267 stichtten de dominicanen op de wierde van Winsum een van de belangrijkste kloosters van Groningen. In de kloosterkerk, die omstreeks 1600 werd gesloopt, vergaderden in de zestiende eeuw nog de Staten van de Ommelanden. Aan weerszijden van het waarschijnlijk voor de afwatering gegraven Winsumerdiep concentreerde zich later de bebouwing. In de tweede helft van de negentiende eeuw groeide het dorp Winsum naar de zuidzijde uit langs de weg naar Groningen (Hoofdstraat). De aanleg van de spoorlijn Sauwerd – Roodeschool (1893) en de bouw van het stations speelden hierbij een belangrijke rol. Het dorp is na de Tweede Wereldoorlog vooral naar het zuiden en oosten vergroot. Het centrum (Winsum – Obergum) is een beschermd dorpsgezicht.

Exterieur
De hervormde kerk (Kerkstraat 14) is een eenbeukige kerk met vijfzijdig gesloten koor en een ingebouwd, ongelede westtoren met hoekblokken en ingesnoerde spits. De zuidmuur van het schip is mogelijk nog twaalfde-eeuws, terwijl het koor omstreeks 1300 tot stand zal zin gekomen. De toren werd in het midden van de jaren dertig van de zeventiende eeuw verbouwd. Uit 1633 stammen het smeedijzeren torenuurwerk van T. Pijtersz. en de door Nicolas Sickmans gegoten klok. Boven de toreningang zit een gevelsteen met ovaal tekstveld, kwabmotief, guirlandes en het jaartal 1699. De ruimtes boven het met een graatgewelf overdekte torenportaal zijn bereikbaar via een houten buitentrap. Aan weerszijden van de toren staan de achttiende-eeuwse aanbouwen.Op het kerkhof, dat met een uit omstreeks 1900 daterend hek wordt afgesloten, liggen enkele interessante negentiende-eeuwse grafstenen, waaronder die voor Geert Reinders (overleden in 1815), bestrijder van de veepest.

Interieur

Het kerkinterieur is in 1869 ingrijpend vernieuwd, terwijl tussen 1975 en 1976 de hele kerk is gerestaureerd. De kerkvloer bevat veel zerken uit de zeventiende en achttiende eeuw, waarvan die voor Ervertien Tammijnga (overleden in 1617) de oudste is. Op de orgelgaanderij tegen de torenwand staat sinds 1977 een instrument van de Fa. M. Ruiter. De kast is mahonie-rood geschilderd, de luiken blauw. Vlak na de oplevering in 1977 is op de balustradewand achter de organist een versiering van gietzink aangebracht die voorheen een bij de kerkrestauratie verwijderde herenbank bekroonde.


klik op een foto voor de diaserie


Bronnen

Monumenten in Nederland (ISBN: 90-400-9258-3)
Het Groninger orgelbezit van Adorp tot Zijldijk

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Nieuws

Kerken alfabetisch

Tweets

by acls us