Fout
  • Fout bij het laden van feeddata

Winschoten


 

Algemeen
Winschoten ontstond in de 12de eeuw als streekdorp op de zandopduiking van het zogeheten ‘schiereiland van WInschoten’, waar de handelsweg van Groningen naar Münster de Rensel kruiste. De aldaar ontstane kapel verving men rond 1275 door een nieuwe kerk. In 1593 werd het dorp omwald tot een schans met negen bastions en drie poorten. Binnen de ves­ting bestond Winschoten uit drie in elkaars verlengde liggende 'streken', ter plaatse van de huidige Langestraat, de Torenstraat en de Blijhamsterstraat. Via het in 1637 gereedgekomen Winschoter­diep kreeg Winschoten een verbinding over water met Groningen. Na het afgra­ven van de wallen in de achttiende eeuw breidde het dorp zich verder uit tot een vlek, met aan de westzijde langs het Win­schoterdiep de Molenhorn en ten zuiden van de Langestraat het havengebied van de Binnen- en Buitenvenne. Het deel rondom de Blijhamsterstraat ontwik­kelde zich tot de Wevershorn, zo genoemd vanwege de vele kleine weve­rijen. Met de vestiging van de zetel van het 'Departement de l'Ems occidental' in 1811 werd Winschoten een regionaal centrum, wat uiteindelijk in 1825 nog tot een verheffing tot stad leidde. Aan de zuidzijde kwam in 1868 de spoor­lijn naar Groningen tot stand. Als gevolg van het graven van het Omsnijdings­kanaal in 1880 aan de noordzijde werd de Binnen Venne gedempt en de oude Ren­selarm ingericht tot Oosterhaven. Nadat eerst in het gebied rond de kerk een ver­der verdichting plaatsvond, werd tussen 1883 en 1901 het gebied tussen stad en station ontwikkeld. Dit geschiedde door samenwerking tussen de notaris J.P. Rie­del en de aannemer C. Roelfs, die samen ook de Vierwindenbuurt ten noorden van het Wandelpark ontwikkelden. Aan de oostzijde ontstond in 1897 de Wilhel­minasingel. Ten oosten daarvan groef men rond 1910 de Tramhaven, waarna men in 1916 de Buiten Venne dempte. Nadat de Tramhaven rond 1925 was ver­lengd met een nieuwe Oosterhaven, volgde in 1931 demping van de oude Oosterhaven (nu Burgemeester Schönfeldplein). Na de omlegging van het Winschoter­diep verdween in 1956 met de demping van het oude deel (nu Nassaustraat en Molenweg) en rond circa 1970 de demping van het Omsnijdingskanaal (nu Mr. D.U. Stik­kerlaan) het water uit de stad.In de jaren twintig van de vorige eeuw volgden uitbreidingen aan de Bosstraat en het Bosplein, maar ook ten zuiden van de spoorlijn langs De Garst en Blijhamsterweg. Na de Tweede Wereldoorlog verrezen in snel tempo nieuwe woonwijken ten noorden en ten westen van het centrum, eerst tussen de Mr. D.U. Stikkerlaan en Bovenburen, na 1970 ook ten noorden daarvan.

Exterieur
De Hervormde kerk (Marktplein 1) is een langgerekte, eenbeukige romano-­gotische kerk met recht gesloten koor en een vrijstaande toren. Het kerkgebouw staat op een groot marktplein dat tot aan het begin van de negentiende eeuw in gebruik was als kerkhof. De kerk is van oorsprong een gedeelte van de rond 1275 gebouwde St. Vituskerk, waarvan in 1543 grote delen werden gesloopt. In het 1593 leed het gebouw grote schade tijdens een schermutseling met de Spanjaarden. De kerk wordt aan de buitenzijde geleed door groepen smalle spitsboog­vensters, gescheiden door lisenen. De oostelijke gevel heeft aan de onderzijde drie omkraalde ronde vensters en in de top een klimmend boogfries en een rond veld met vierpas. Bij de ingrijpende res­tauratie in de jaren tussen 1905 en 1907, naar plannen van C.H. Peters en met K. de Grooth als uit­voerend architect, is de kerk geheel ont­pleisterd en de westgevel grotendeels vernieuwd. Het in 1772 door B. Coender gemaakte rococo-poortje van de westge­vel is in de kerk opgesteld. Sinds 1995 staat voor de westgevel een postmoder­nistisch hekwerk naar ontwerp van H. Pulles. De vrijstaande toren (Torenstraat 10) met een forse onderbouw, acht­kante lantaarn en koepelvormige op­bouw, staat op enige afstand ten noord­westen van de kerk. De onderbouw stamt waarschijnlijk nog uit de dertiende eeuw. Bij de torenrestauratie van 1930 en 1931 naar plannen van D. Bolhuis, kreeg hij een nieuwe, in gewapend beton uitgevoerde opbouw; slechts de lantaarn werd met baksteen bekleed. In de toren werd een carillon aangebracht door de Fa. Eysbouts, bestaande uit 25 klokken, gegoten door de Engelse Firma Gillet & Johnston. Nadat deze klokken in de oorlogsjaren waren versmolten, leverde de Fa. van Bergen in 1946/1947 een nieuwe beiaard van 35 klokken; het eerste na de oorlog gegoten Nederlandse klokkenspel. Tevens hangt in de toren een luidklok uit 1773, gegoten door J. Borchardt.

Interieur
Het interieur wordt overdekt door meloenvormige ribgewelven, die bij de restauratie opnieuw zijn aangebracht na in de zeventiende de eeuw te zijn gesloopt. Voor de gewelven moest een zeventiende-eeuwse galerij wijken. Tot de inventaris behoort een preekstoelkuip uit circa 1745, met snij­werk van Casper Struiwig naar ontwerp van Jan Bitter, afkomstig uit de afgebro­ken kerk van Oterdum. De oorspronkelijke preekstoel overgebracht naar de middeleeuwse kerk van Monnickendam. Onder de orgelgalerij is toen de deuromlijsting van de oude westingang aangebracht; blijkens opschrift is deze in 1772 gemaakt door ‘B. Cremer, Beelt en Steenhouwer’. Het orgel dateert uit 1868. Ongetwijfeld stond op de nu aanwezige galerij boven de toreningang voorheen in het in 1867 afgebroken instrument, waarvan men toen schreef: ‘Het orgel draagt alle kenmerken dat het van hooge ouderdom is, zoodat de Amsterdamsche Organist Brachthuizer het hield voor het oudste dat hij immer bespeeld had’. Het huidige orgel werd (blijkens het porseleinen naamplaatje boven de klavieren) gebouwd door ‘C.G.F. Witte. Firma Bätz & Co Utrecht 1868’. Dat deze firma in deze noordelijke plaats een orgel bouwde is te danken aan het feit dat de toenmalige organist, Klaas Kuiper Middel, deze bouwer leerde kennen via zijn zoon, Pieter Brons Middel, organist van de Grote of St. Janskerk in Gouda. Laatstgenoemde bespeelde het orgel bij de feestelijke ingebruikname in 1868. Tegen de koorwanden staan een hele reeks grafzerken opgesteld, waarvan de oudste uit 1582 dateert. De gebrand­schilderde ramen uit 1948-1970 zijn ont­worpen door J. Schilt en F. Schilt-Gee­sink. In de noordwand van het koor bevindt zich een tegeltableau vervaardigd door de fam. Rozenburg (1910) ter herin­nering aan de restauratie van 1905-1907.


klik op een foto voor de diaserie


Bronnen

Het Groninger orgelbezit van Adorp tot Zijldijk
Monumenten in Nederland (ISBN: 90-400-9258-3)

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Nieuws

Kerken alfabetisch

Tweets

by acls us