Fout
  • Fout bij het laden van feeddata

Uithuizermeeden


 

Algemeen
Het dorp Uithuizermeeden ontstond in de eerste helft van de dertiende eeuw op de hooi- en weidelanden – de meeden – van de kwelders ten oosten van Uithuizen. De oudste kern kwam tot ontwikkeling rond de kerk in het zuidwesten van de huidige gemeente. In de negentiende eeuw kwam een lintbebouwing langs de Hoofdweg tot ontwikkeling. Na de bouw van het station in 1893 ontstond hier een tweede dorpskern. Door verdichting van de bebouwing langs de Hoofdstraat groeien de kernen naar elkaar toe. Voorheen stond in Uithuizermeeden, dat oorspronkelijk Uithuister Meden of kortweg Mieden heette, een eenvoudige middeleeuws kerkje met aan de noordzijde een vrijstaande toren.

Exterieur
De Hervormde kerk (Torenstraat 26), oorspronkelijk gewijd aan Maria, is een op een wierde gelegen, gepleisterde, eenbeukige kruiskerk met vijfzijdig gesloten koor en een westtoren. Het schip dateert uit het midden van de dertiende eeuw. Het gotische koor met de versneden steunberen kwam in de zestiende eeuw tot stand. Kerk en toren hebben het zwaar te verduren gehad tijdens de St. Maartensvloed van 1686. In 1705 werd een gedeelte van het gewelf dat was ingestort gerepareerd In datzelfde jaar werden de dwarsarmen toegevoegd. De huidige opvallende, gepleisterde toren verrees in opdracht van Onno Tamminga van Alberda, eigenaar van de borg Rensuma, naar ontwerp van Allert Meijer. In 1717 werd gestart met deze unieke toren, maar door de Kerstvloed van dat jaar werden de werkzaamheden stilgelegd. Pas rond 1725 werd de bouw voortgezet en in 1726 was het bouwwerk voltooid. De oude middeleeuwse toren werd in 1734 gesloopt. De vierkante onderste geleding van de toren gaat over in een achtkant en daarop zijn twee opengewerkte achtkanten geplaatst met een koepeltje als bekroning. In 1896 brandde toren af, maar werd in het jaar daarop naar plannen van O. de Leew Wieland hersteld in de oorspronkelijke achttiende-eeuwse vormen. De bekroning is geschilderd in wit en blauw. De hoekblokken van de onderbouw zijn zandsteenkleurig. Boven de met toscaanse pilasters omlijste toreningang vermeldt een gedenksteen de wederwaardigheden van het bouwwerk. Uit 1897 dateren de Petit & Fritsen gegoten klok en het door A. Veenhof vervaardigde mechanische uurwerk in de toren.


klik op een foto voor de diaserie van het exterieur


Interieur

Inwendig heeft het schip één meloenvormig koepelgewelf; de andere gewelven in de kerk zijn kruisribgewelven. Tot de inventaris behoren twee herenbanken (1706) en een rijk bewerkte preekstoel (1708), alle vervaardigd naar ontwerp van Allert Meijer en met snijwerk van Jan de Rijk. Het lofwerk op het doophek dateert uit 1810 en is van de hand van M. Walles. Het orgel werd in 1785 gebouwd door A.A. Hinsz en voltooid door M. Hardorff met snijwerk van Christiaan Reurschen. Ten slotte is er de graftombe uit 1574 van Rudolf Huïnga (zoon van de borgheer van Ungersma), met een houten beeld van de overledene in wapenrusting. Dit oorspronkelijk vrijstaande monument werd in 1708 verplaatst naar de zuidelijke koorwand.


klik op een foto voor de diaserie van het interieur


Bronnen

Monumenten in Nederland (ISBN: 90-400-9258-3)
Het Groninger orgelbezit van Adorp tot Zijldijk

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Nieuws

Kerken alfabetisch

Tweets

by acls us