Fout
  • Fout bij het laden van feeddata

Ten Boer


 

Algemeen
Het wierdedorp Ten Boer, met haar rechthoekige structuur, is in de vroege Middeleeuwen ontstaan op een vroegere kwelderwal. Het op de wierde gestichte benedictinessenklooster, voor het eerst genoemd in 1301, werd in 1485 opgeheven en bij het klooster van Thesinge ingelijfd. In datzelfde jaar werd toestemming verkregen het bouwvallig klooster grotendeels af te breken. Van het complex was aan het begin van de negentiende eeuw nog ‘eene muur, van 30 ellen lang 1 ¾ ellen hoog’ te vindenNadat omstreeks 1425 het Damsterdiep was gegraven, kwam de huidige dorpsstructuur tot ontwikkeling: aan de zuidzijde langs het diep loopt de Trekweg (nu Rijksweg) en aan de noordzijde over de wierde parallel de Stadsweg. Tot 1850 volgden beide delen een gescheiden ontwikkeling, daarna verscheen de eerste bebouwing langs de verbindende straat: de Gaykingastraat. Na de Tweede Wereldoorlog werd de blokvormige structuur versterkt door nieuwbouw aan de westzijde en later ook aan de noordzijde van Stadsweg en Gaykingastraat.

Exterieur
De Hervormde kerk (Kerkpad 4) is een langgerekte eenbeukige kerk met een recht gesloten koor, een uitgebouwde traptoren aan de noordzijde en een forse achtkantige dakruiter met koepelvormige bekroning. De gave romano-gotische kerk werd in het derde kwart van de dertiende eeuw gebouwd voor het toenmalige benedictinessenklooster. De lange zijden zijn verticaal in twee zones verdeeld. De bovenste zone heeft nissen en vensters voorzien van kraalprofielen en ronde vensters in de zwikken. De koorgevel heeft een rijke romano-gotische detaillering, met onderaan drie vensters geflankeerd door blindnissen, daarboven een reeks ronde vensters en tenslotte een door nissen gelede puntgevel met siermetselwerk. Na de opheffing van het klooster in 1485 bleef de kerk behouden. Volgens een gedenksteen is het gebouw ‘sub domini Geraro Ahues Abbate Anno 1565’ hersteld. Waarschijnlijk is de westgevel toen vervangen door de huidige gevel. De dakruiter dateert uit 1810 en verving een rond 1800 afgebroken vrijstaande klokkentoren. Bij een restauratie in 1906 heeft men de gehele kap vervangen.

Interieur
De gewelven in het kerkgebouw dateren vermoedelijk uit 1618. Het jaartal 1618 staat namelijk geschilderd op een balk, die oorspronkelijk diende als architraaf van het koorhek. Bij de reeds genoemde restauratie in 1906 heeft men niet alleen de kap vervangen, maar ook een scheidingswand tussen koor en schip opgericht en een verlaagde balkenzoldering aangebracht. Bij de restauratie in 1979-1981 naar plannen van P.L. de Vrieze heeft men deze scheidingswand weer verwijderd en de oude balkenzoldering hersteld. Inwendig bevindt zich in de oostelijk travee een dertiende-eeuwse nissenfries met bakstenen zuiltjes. Tot de kerkinventaris behoren een preekstoelkuip in laat-maniëristische vormen (omstreeks 1660), twee offerblokken en twee overhuifde banken, waarin overblijfselen zijn verwerkt van vijftiende-eeuwse gotische koorstoelen. Het orgel werd in 1894 gebouwd door J. Doornbos, die daarbij gebruik maakte van achttiende-eeuwse onderdelen.


Klik op een foto voor de diaserie


Bronnen

Monumenten in Nederland (ISBN 90-400-9258-3 )
Het Groninger Orgelbezit van Adorp tot Zijldijk

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Nieuws

Kerken alfabetisch

Tweets

by acls us