Fout
  • Fout bij het laden van feeddata

Stedum


 

Algemeen
Het wierdedorp Stedum, met haar langgerekte structuur, is ontstaan in de vroege middeleeuwen. De centraal op de wierde aangelegde Hoofdstraat is tekenend voor de ontwikkeling als handelswierde. Bij de vorming van de wierde heeft ook de meer oostelijk gelegen voormalige kreekstroom de Fivel een rol gespeeld. Aan het westeinde van de wierde bouwde men in de negende of tiende eeuw een eerste kerk. Aan de noordoostrand verrees voor 1400 de borg Nittersum, waar Johan Clant in 1669 een imposant landhuis liet bouwen naar plannen van Philips Vingboons. De borg werd in 1818 gesloop en de buitengracht in 1940 gedempt. De binnengracht en de centrale oprijlaan (Borgweg) zijn nog herkenbaar. Na de bouw van het inmiddels gesloopt station in 1883 werd de gekromde Kampweg als Stationsweg naar het noordwesten verlengd. In 1922 dempte men een deel van de Stedumermaar. Na de oorlog kwam vooral aan de noordzijde nieuwbouw tot stand. De wierde is aangewezen als beschermd dorpsgezicht.

Exterieur
De Hervormde kerk (Hoofdstraat 1), oorspronkelijk gewijd aan St. Bartolomeus, is een grote romano-gotische kruiskerk met driezijdig gesloten koor en een imposante toren met zadeldak. Het onderste deel van de toren stamt uit de eerste helft van de dertiende eeuw en werd gebouwd tegen een tufstenen voorganger van het huidige schip. Aan de westzijde zit een oorspronkelijk rond venster. De toren werd in de veertiende eeuw verhoogd, in de vijftiende eeuw aan de binnenzijde verzwaard en in 1620 hersteld. De gedenksteen op de toren vermeldt met betrekking tot deze reparatie dat in 1620 de beide ‘kerkckvogeden in der tit desen toern toe Stem hebben laten reppereeren’. In de toren hangt een slanke kelkvormige klok uit 1300. Het huidige schip en transept dateren uit het derde kwart van de dertiende eeuw. Het in twee zones verdeeld muurwerk van het schip heeft beneden spitsboogvormige spaarnissen en blindnissen met siermetselwerk. De apsiden van de transeptarmen zijn nooit voltooid; de funderingen zijn echter wel zichtbaar. Rond 1300 werden schip en toren met elkaar verbonden. Het koor werd in de vijftiende eeuw aangebouwd en kreeg in de eerste helft van de zestiende eeuw aan de noordzijde een sacristie met verdieping. In 1877-1878 werd de kerk ingrijpende gerestaureerd naar een plan met grote inbreng van P.J.H. Cuypers en tekeningen van Ad. Mulder; uitvoerend architect was J.J. van Langelaar. De koorvensters werden daarbij opnieuw voorzien van traceringen, de teruggevonden gewelfschilderingen sterk gerestaureerd en het interieur voorzien van polychromie. Bij een tweede restauratie in 1937-1939, naar plannen van A.R. Wittop -koning met R. Offringa als opzichter, werden de toevoegingen van de vorige restauratie zoveel mogelijk ongedaan gemaakt. Tevens vernieuwde men de kapconstructie, op die van de sacristie na. De in 1808 aan de westzijde van de toren aangebrachte dubbele steunberen - vernieuwd in 1836 - konden worden verwijderd na het aanbrengen van een ringbalk en trekbalken van gewapend beton onder de dakvoet. Tevens zijn toen de steunberen van het schip gereduceerd. Op het kerkhof rond de kerk liggen diverse interessante negentiende-eeuwse zerken.


klik op een foto voor de diaserie van het exterieur


Interieur

Het interieur wordt overdekt door meloenvormige koepelgewelven, elk met acht ronde ribben. De koorsluiting heeft een gotisch stergewelf. De basementen en colonnetten langs de muren stammen van de restauratie uit 1877-1978. De decoratieve gewelfschilderingen, met onder andere een afbeelding van Adam en Eva tussen rankwerk, zijn laat-vijftiende-eeuws. De kerk heeft een rijke inventaris met als topstuk de marmeren graftombe voor collator Adriaan Clant (‘Domini te Nittersum’) van Stedum (overleden in 1665). Deze heer woonde aan de rand van het dorp op de borg Nittersum, waar eens de proost van Stedum had gewoond. De tombe werd in 1670-1672 opgericht in opdracht van zijn zoon Johan Clant, naar ontwerp van Rombout Verhulst. Op een hardstenen podium van drie treden staat een vrijstaande tombe van roodgeaderd marmer op witmarmeren klauwpoten. Daarop ligt een witmarmeren gisant (beeld van de overledene in liggende houding). Aangrenzend tegen de kopse zijde van het koor bevindt zich een cartouche gevat door gevleugelde draken met aan weerszijden alliantiewapens. Verder bevat de kerk een preekstoel met klankbord en wapen van Johan Clant (circa 1671), een overhuifde herenbank met getordeerde Corinthische zuilen (1669), enkele banken voorzien van achterschot met opengewerkte bekroning (omstreeks 1669) en een vaandel met opschrift ‘Vivat Prins Willem V en Tjaard Adriaan Gerlacius van Nittersum’ en het wapen van Stedum (1788). Deze Tjaard Adriaan Gerlacius had als ‘Heer van Stedum en collator dezer plaats’, met zijn echtgenote Tateke Gockinga, op 27 juni 1779 zijn officiële intrede op de borg Nittersum gedaan middels een plechtigheid in de kerk. De orgelgalerij met borstweringen werd in 1680 gebouwd naar plannen van Allert Meijer, met snijwerk van Jan de Rijk. Ook het orgel stamt in opzet uit 1680, maar werd rond 1791 vernieuwd door Dirck en Gerhard Diederich Lohman. De kas in Lodewijk XVI-stijl stamt uit die tijd, evenals het gesneden middenpaneel van de orgelgalerij met het later toegevoegde wapen van Tjaard Adriaan Gerlacius en zijn vrouw T.H.H. Gockinga. De kerkvloer bevat diverse grafzerken, waaronder de zandstenen zerk met gotische motieven voor Andelof Nittersum (overleden in 1471) en de steen met het koperen grafornament met familiewapen op de door Johan Clant (overleden in 1694) aangelegde grafkelder. Van de ze grote rouwborden zijn voor Adriaan Clant (overleden in 1665), Anna Clant Coenders (overleden in 1694) de belangrijkste.


klik op een foto voor de diaserie van het interieur


Bronnen

Monumenten in Nederland (ISBN: 90-400-9258-3)
Het Groninger orgelbezit van Adorp tot Zijldijk

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Nieuws

Kerken alfabetisch

Tweets

by acls us