Fout
  • Fout bij het laden van feeddata

Appingedam


 

Algemeen
De stad Appingedam ontstond in de zevende of achtste eeuw toen vanuit Tjamsweer een wierde werd opgeworpen in de bocht van de stroom de Apt. Deze wierde werd Appe genoemd. Appingedam wordt het eerst vermeld in 1224. In 1327 kreeg Appingedam stadsrechten. Na de grote bloei van de stad in de veertiende eeuw, werd de stad in de vijftiende eeuw een haven aan een waterverbinding met Groningen. Deze Ommelander stad behoorde eens samen met Groningen tot de enige twee plaatsen in het gewest Stad en Lande met stadsrechten. Begin 16de eeuw ondervond Appingedam veel oorlogsgeweld en werden de vestingwerken afwisselend veroverd, opgebouwd en afgebroken. Toen in 1536 deze stad werd veroverd door George Schenk van Toutenburg, in dienst van de landsheer Karel V, werden de vestingwerken definitief gesloopt, mede op aandringen van de stad Groningen, die geen tweede versterkte stad naast zich dulde. In het begin van de zeventiende eeuw brak een nieuwe bloeiperiode aan, die tot in de achttiende eeuw duurde. Belang van het Damsterdiep (en daarmee van Appingedam) nam af na de aanleg van het Eemskanaal en de spoorlijn Groningen – Delfzijl.

Exterieur
De hervormde kerk (Wijkstraat 32), oorspronkelijk gewijd aan St. Nicolaas, is een driebeukige hallenkerk met vijfzijdig gesloten koor en een vrijstaande toren. In het begin van de dertiende eeuw werd een eenbeukige kerk met westtoren gebouwd ter plaatse van een aan Maria gewijde voorganger. Kort na het midden van die eeuw volgde de bouw van een dwarsschip en een recht gesloten koor, waardoor een romano-gotische kruiskerk ontstond. De topgevels zijn in de zeventiende eeuw verdwenen. In het begin van de veertiende eeuw verlengde men het koor met een vijfzijdig gesloten, gotisch deel. In het derde kwart van vijftiende eeuw kwam de huidige hallenkerk tot stand door de bouw van een noord- en zuidbeuk. Kort daarna werd bij het koor de zuidkapel (Jozefkapel) gebouwd. De noordkapel (Mariakapel), met de aangebouwde sacristie en op de verdieping mogelijk een librije, kwam in het begin van zestiende eeuw tot stand. De vrijstaande toren werd blijkens een bewaard gebleven gedenksteen gebouwd in 1554, maar wegens bouwvalligheid in 1834 gesloopt. Het daarin aanwezige carillon, in 1620 geleverd door Frangois Simon werd toen gedeeltelijk verkocht. Een ander deel werd opgenomen in het nieuwe klokkenspel, dat in 1835 werd gemaakt door A.H. van Bergen. De kerk werd volgens een gevelsteen in 1561 hersteld, in 1594 van binnen wit gekalkt en in 1686 opnieuw hersteld na stormschade. In 1825 had men de kerk al een opknapbeurt gegeven: "ons Kerkgebouw namelijk had zich sedert geruimen tijd in een vervallen staat bevonden, en het was volstrekt noodzakelijk geworden, dat het geheele dak vernieuwd, en dat er eenige andere verbeteringen aan gemaakt wierden." De consistoriekamer in de kerk diende tot vergaderrruimte voor de kerkeraad en de classis Appingedam, die daar "gewoonlijk drie of viermaal 's jaars" bijeen kwam. De synode van Stad en Lande vergaderde "om het ander jaar, naamlyk, in de oneeven jaren", niet in deze kamer maar in de "ruime raadkamer" op het raadhuis, dat naast de kerk stond en blijkens een gevelsteen in 1630 was gebouwd. Even verder stond de Latijnse School. In het midden van de achttiende eeuw wordt vermeld, dat de kerkdiensten hier "behalven Zondags twemaal, ook, door 't geheel jaar, 's Woensdags avonds" worden gehouden. De Nicolaaskerk kreeg het zwaar te verduren in de Sint Maartensvloed op 13 november 1686. Ooggetuigen melden, dat te Holwierde van de "Pastorye een groot gedeelte van desselfs dack afgeslagen is. Dit selfde lot heeft de oude Kerck in den Dam mede gehadt, waar van het dack half ter neder geworpen, gelijck mede de ander Kerck, waar van de pannen nae de westkant meest afgewaeyt, zijn". Bij een restauratie in 1948-1954 naar plannen van A.R. Wittop Koning, R. Offringa en G. Bosma is ondermeer de kapconstructie vernieuwd.

Interieur
Het interieur van middenschip, transept en koor wordt overdekt door meloenvormige koepelgewelven met ieder acht, in een rijk rozet samenkomende, ronde ribben. De koorsluiting heeft een fraai straalgewelf en de Mariakapel een eenvoudig netgewelf. De overige delen van de kerk zijn voorzien van kruisribgewelven. Tijdens de restauratie is op diverse plekken figuraal, maar vooral ornamenteel schilderwerk blootgelegd. In de sluitring van de koortravee is het Lam Gods (dertiende eeuw) zichtbaar en op het westelijke gewelf Christus als Salvator Mundi. De afbeelding van de patroonheilige St.-Nicolaas in de koorsluiting heeft men waarschijnlijk in 1570 aangebracht. De kerk heeft een laat-gotische natuurstenen afscheiding tussen koor en de zijkapellen, evenals een ingebouwd laat-gotisch sacramentshuisje in rode Bremer zandsteen. InterieurTot de kerkinventaris behoort een rijk gesneden preekstoel in laat-maniëristische vormen uit 1665. De kuip wordt gedragen door een pelikaan die in het nest zijn jongen met zijn eigen bloed voedt, overeenkomstig het wapen van de stad. De koperen lessenaar en doopbekkenhouder dateren uit 1792. In de kerk staan diverse zeventiende-eeuwse herenbanken, waarvan twee verhoogde die via een trap toegankelijk zijn, de andere zijn veelal overhuifd. De orgelgalerij in Lodewijk XV-stijl is gemaakt naar ontwerp van Ede Jans Dumringh. Het orgel zelf werd in 1744 gebouwd door A.A. Hinsz met gebruikmaking van ouder pijpwerk; het snijwerk is van Casper Struiwig. In 1967-1970 is het orgel gerestaureerd.Van de talrijke grafzerken in de vloer en opgesteld langs de wanden zijn de belangrijkste een 13de-eeuwse zerk van rode Bremer zandsteen en een andere met gotische hoekmedaillons voor Snelger Houwerda (overleden in 1500). Verder zijn interessant de zerken voor Melle Clant (overleden in 1542), burgemeester Henric van Steenhuysen (overleden in 1695) en Rudolph Pabus Cleveringa (overleden in 1818) en zijn vrouw Cornelia Ebels (overleden in 1826). De gepolychromeerde rouwsteen voor Gerdt tho Dornum un Withmonde stamt uit 1515.


Klik op een foto voor de diaserie




Bronnen
Monumenten in Groningen (ISBN: 90-400-9258-3)
Het Groninger Orgelbezit van Adorp tot Zijldijk (ISSN: 0-168-1893)

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Nieuws

Kerken alfabetisch

Tweets

by acls us